Heilige vuur is na ‘rotjaar’ terug bij judoka Kitty Bravik
Verdwaald in doolhof van topsport
Door: Casper Duin Noord-Hollands Dagblad 16-04-2011
Geen prestaties en geen EK-selelctie, maar wel een clash met haar coach. Judoka Kitty Bravik raakte vorig jaar verdwaald in het doolhof van de topsport. Met pijn en moeite hervond ze het heilige vuur. En zo verdiende de in Enkhuizen opgegroeide Haarlemse alsnog een ticket voor het EK van volgende week. Een monoloog.
In 2009 won ik brons op de Europese kampioenschappen. Ik was jong, onbekend. Er was geen druk. Het was overweldigend. Ik kwam net kijken. Door die medaille werd er steeds meer verwacht van me. De Olympische Spelen kwamen dichtbij. Dan voel je de druk toenemen. Daar moet je mee om kunnen gaan. Ik raakte verstrikt in dat web en kwam er niet uit.
In de periode werd ik bij wereldbekerwedstrijden vaak in de eerste ronde uitgeschakeld. Een herkansing kreeg ik niet, want dat in het nieuwe systeem lig je er meteen uit bij een nederlaag in de eerste ronde. En ik ben iemand die juist in een toernooi moet groeien. In mei 2010 werd ik in Tunesië nog derde, de laatste keer dat het echt goed ging.
Daarna was de motivatie nul. Dat gaat aan je knagen. En bovendien hoor je het van anderen. Mensen gaan tegen je zeggen ‘het gaat niet zo goed, hé’. Terwijl je dat zelf maar al te goed weet. Iedereen ondervindt in zijn sportleven wel eens een mindere fase. Dat je je afvraagt warvoor je het allemaal doet, hoe graag je het wilt en hoe lang je het nog volhoudt.
Dat ik niet de EK-selectie werd opgenomen, was een duidelijk signaal. Het ging de bond niet om de prestaties, maar om de basis om prestaties te leveren. Daar maakten ze zich zorgen om. Terecht. De bond vroeg zich hardop af of mijn carrière wel de juiste wending nam.
Het traject was goed, maar het ging om de intrinsieke motivatie. Om mijn IK. Ik moest aan meself werken, met meself het gevecht aangaan. Ik moest harder worden. Van meself ben ik te sociaal. Het plezier was totaal weg. Ik wilde niet meer. Geen pijn meer, geen spierpijn. Het heilige vuur was compleet gedoofd.
Ik heb van alles geprobeerd om mijn judoloopbaan weer op de rails te krijgen. Vakanties, uitjes. Veel nadenken. Een fase nog harder trainen. Andere trainingsmanieren. Andere prioriteiten. Ik heb drie weken een baan gehad. Tot die tijd was judo mijn enige baan. Mijn leven bestond uit trainen. Ik moest gewoon over veel dingen nadenken. Daarom ben ik ook teruggekeerd naar mijn roots. Naar Hongarije. Daar woont mijn vriend ook. We zijn al zeven jaar bij elkaar. Zeven jaar een langeafstandsrelatie. Ik moest er even tussenuit, moest er doorheen. En daar bij hem kan ik me ontspanen.
Mijn trainer Benito Maij heeft een behoorlijke bom laten barsten. Hij had me weggestuurd. Niemand wist daar vanaf. Hij vond dat het zo niet langer door kon gaan. Hij eiste een onvoorwaardelijke keuze voor de sport. Het was heftig, heel hard. Confronterend. Het heeft me drie dagen aan het denken gezet. Hoe zit het tussen ons? Gaan we verder? Op mijn eerste dag terug hebben we lang gepraat. We zijn sterker geworden van de clash. Niet veel trainers durven zo de confrontatie aan te gaan. De fluwelen handschoen werkt niet altijd. Je moet terugvechten. Daar was ik naar op zoek. Van nature zit terugvechten niet in mijn aard.
Stoppen? Het heeft door mijn hoofd gespookt. Alleen lieten de mensen om me heen het niet toe. Stoppen is geen optie, kreeg ik dan te horen. Er zit bijna twintig jaar werk in mijn judo. Dan stop je er niet zomaar mee. Ik weet dat ik potentie heb. Dat ik de Spelen kan halen. Na het EK van volgend jaar moet ik bij de eerste veertien op de wereldranglijst staan. Op de geschoonde lijst ben ik nu veertiende. En dat na zo’n rotjaar. Het kan alleen maar beter.
Sinds een paar maanden sta ik weer lekker te judoën. De spirit is terug. Tijdens weekendtrainingen en centrale trainingen bij de bond heb ik genoeg laten zien om alsnog toegelaten te worden tot de EK-ploeg.
Ik steek nu lekker in m’n vel, ben goed in vorm. Ga met plezier naar de trainingen, en ga met evenveel plezier kapot in de trainingen. Als ik goed ben, kan ik Europees kampioen worden. Dat is echter niet realistisch. De voorbereidingstijd is kort en de concurrentie is moordend. Ondanks alle vervelende dingen heb ik enorm veel geleerd van het afgelopen jaar. Dat het soms niet van een leien dakje loopt. Het is niet zo dat je eerst brons wint en dat zilver en goud dan automatisch snel volgen. Topsport kent geen logica. En het is niet alleen rozengeur en maneschijn. Er komt veel meer bij kijken. Je kunt dus behoorlijk met jezelf in de knoop raken.
