Kitty Goes JAPAN 2007
In de jaren dat ik nog niet bij Kenamju trainde gingen zij ieder jaar naar Japan, net toen ik overstapte naar Kenamju werd die traditie afgeschaft. Dit vond ik erg jammer maar ik dacht mijn tijd komt ook nog wel. Pas na 15 jaar de judo sport te hebben beoefend kwam eindelijk in 2007 het idee om met Kenamju naar Japan te gaan.
Het initiatief kwam van Sjoerd Diemel, en met hem als leider hebben we als groep een groot bedrag bij elkaar gehaald dat genoeg was om een groot deel van de kosten voor de reis naar Japan te bekostigen. Toen we de brief binnen kregen over onze eigenbijdrage was het officieel. We gaan naar Japan! Ik keek er ontzettend naar uit en had er heel veel zin in!
Op 6 december was het dan zo ver, we vertrokken met een groep van 13 man (waaronder 2 vrouwen, Dani en ik) met British Airways naar Japan. Een tussenstop in London maakte de vlucht erg lang. Want toen ik in London was had ik al genoeg gevlogen voor mijn gevoel. Terwijl we er nog maar een uurtje van de hele vlucht op hadden zitten. Maar met British Airways kom je zo een lange vlucht wel door, je hebt namelijk een keuze uit ongeveer 200 films/series. Ik heb het getest, tijdens een vlucht naar Japan kan je ongeveer 5 films kijken en je bent er.
Aangekomen in Japan begon de grote zoektocht naar het Sakura Hotel in Tokio. Benito nam zonder aarzeling het leiderschap op zich. Maar als we van te voren hadden geweten hoe goed georiënteerd hij was hadden we hier als groep wel een stokje voor gestoken. Helaas kwamen we er pas achter toen we al een half uur om hadden gereden. Eind goed al goed na een lange reis met veel trappen kwamen we eindelijk bij ons hotelletje aan. Het was een soort Japans Etape hotel. Zo zou je het ’t beste kunnen omschrijven. Toen ik onze kamer zag waar ik een week lang samen met Dani zou moeten verblijven werd het me allemaal een beetje te veel. Ik zag het somber in na de lange vlucht, sightseeing route naar ons hotel en een kamer van 3 bij 3 met alleen ruimte voor een bed. Gelukkig hadden te trainers een briljant idee om onze kamer aan één van de heren te geven, de rest onder te verdelen in de andere kamers en ons over te plaatsen in een 3 persoon kamer. Ik voelde me meteen een stuk beter, kreeg meer ruimte om adem te halen.
Het weekend dat we aankwamen in Japan was ook het Kano Cup, we zijn nog wezen kijken. Het is wel indrukwekkend om te zien hoeveel volk er komt kijken. Ook hanteren de Japanners hier nog de originele regels, rode rand en rood/witte banden in plaats van blauwe en witte pakken. Tijdens de Kano Cup hebben we een nieuwe vriend ontmoet: Kengo Ueno, een vriendelijke, leuk stotterende Japanner die Engels met ons probeerde te praten.
Kengo Ueno bij de Tokyo Dom
De eerste week in Tokio ging super snel voorbij. Het leven daar is erg druk en bewegelijk. Er is altijd wel wat te doen en het lijkt als je er te weinig tijd voor hebt om het allemaal te doen/bekijken in 1 week. Wat ons ook opviel was dat alles ontzettend schoon is, maar hoe ze dat doen is een raadsel, want op straat moet je heel goed zoeken om een prullenbak te vinden.
Wat ik ook erg leuk vond was dat Miki (Ungi) mijn Hongaarse vriend ook in Japan was, in Tokio om precies te zijn. Tijdens dezelfde week dat wij er waren, hij nam ook deel aan het internationale trainingskamp in de Kodokan. Op donderdag keerde hij weer huiswaarts maar maakte een tussenstop in Moskou om deel te nemen voor zijn Duitse Bundesligateam (Abensberg) aan de Europacupfinale.
De trainingen in de Kodokan waren hard en vermoeiend. Het was wel even wennen want toen we binnen kwamen merkten we dat ze een verende mat hadden. Op een gegeven moment hadden we zelfs het idee dat we er zeeziek van werden. Maar het went snel moet ik je eerlijk bekennen. In de Kodokan hanteerden de Japanners nog de originele regels binnen het judoën. We werden vriendelijk verzocht om niet in een blauwe judopak te trainen, daarnaast moesten schoenen altijd uit en in de daarvoor bestemde vakken worden gelegd. Ook mocht de lift tussen de 4e en 7e verdieping niet gebruikt worden. Ik heb daardoor sterke kuitspieren ontwikkeld want per dag liepen we al die trappen 2 keer op en 2 keer af. Het was indrukwekkend om te zien dat de Kodokan een grote flatgebouw was van 8 verdiepingen, dat op iedere verdieping een aantal judozalen had. De grootste zaal bevond zich op de 7e verdieping. De eerste paar trainingen werden we per gewicht nog onderverdeeld over een aantal zalen. Dat was voor Benito niet zo fijn, voor ons trouwens ook niet. Dani en ik zaten namelijk niet op de zelfde verdieping. Dus moest er steeds heen en weer gelopen worden door Benito.
Europa was ook massaal vertegenwoordigd tijdens het trainingstage in de Kodokan. Het was een vermoeiende week waarin we in eerste instantie van maandag t/m donderdag alleen maar hard hebben getraind/gebikkeld. ’S Ochtends ontbeten Dani en ik op ons kamertje, we gingen altijd de dag van te voren boodschappen doen bij de 7Eleven. ’S Middags namen we een soepje of een broodje en namens onze rust. Het avondeten varieerde van Mac Donalds, Subway en Japanse Febo (Kaartje uit de muur trekken en je eten komt eraan).
Op vrijdag was het kamp afgelopen maar we zijn naar Japan gekomen om te trainen, dus was Maarten Arens zo aardig om op een andere universiteit te regelen dat wij nog een training konden maken. Het Universiteit lag een stukje van Tokio. De training was beduidend anders dan in de Kodokan. Het waren allemaal stuk voor stuk fijne judoka’s. Het ging hier niet om full power gebruiken maar technieken, echte worpen maken. Na afloop kon ik niets ander zeggen dan: “Ik heb nog nooit zo een fijne training gemaakt”. We hebben ondanks het stijl van judoën hard getraind en 10 randori’s van 5 minuten gemaakt. Je was echt wel moe na afloop. Maar ik kon me ook echt ontwikkelen tijdens de training. Hele fijne ervaring. Ik merkte ook dat ik ontzettende spierpijn had in mijn benen. Maar dat komt niet van de judo trainingen.
Op vrijdagochtend vond Benito het een goed idee om een uitloop hardlooptraining in te lassen. Uitlopen klinkt goed, iedereen eigen tempo. Vlak bij ons hotel lag een park, het Ueno park. Met allemaal tempels en het imperiale palace. Helaas was het park dicht en kon er alleen omheen gerend worden. De man bij de receptie van ons hotel zij dat het ongeveer een omtrek had van 5 km. Dus besloot Benito dat we er allemaal 2 keer omheen zouden rennen. Al gauw kwamen we onderweg achter dat het meer dan 5 km was, ongeveer 7 á 8. NA afloop kan ik je zeggen dat er wat irritaties zijn ontstaan, maar dat is niet meer dan normaal na een halve marathon te hebben gelopen. Nu weten we ook wat Benito verstaat onder het woord uitlopen….
Zaterdag en zondag waren rust dagen. Heel veel rust hebben we niet gepakt want we zijn wezen rondkijken op plekken zoals: Akihabara ook wel bekend als Electric City (7 verdiepingen met alleen maar elektronica en moderne spullen), Asakusa een leuk marktje waar je allerlei leuke Japanse souvenirs kan kopen en tempels kan bezichtigen. De 7 verdiepingen tellende Mizuno shop kon ook niet uitblijven. Die hebben we gedurende ons verblijf in Japan ongeveer 5 keer bezocht.
We zijn ook wezen stappen met de hele groep in het felbegeerde toeristengebied Ropongi. Het eerste weekend dat we in Japan waren had de groep Ropongi al verkend, dus zijn we weer naar dezelfde club gegaan waar ze toen ook zijn geweest Club 911! Er werd goeie en moderne muziek gedraaid, de sfeer was zeer ontspannen na een paar tequila. Op zaterdag hebben we Dani der verjaardag nog eens goed gevierd in een karaoke bar. Dat is een hele ervaring op zich. Je kunt je eten en drinken via een afstandbediening bestellen. Daarnaast hebben ze een grote bibliotheek met allerlei muziek, noem maar op zij hadden het. Iedereen kreeg een keer de microfoon en een nummer naar eigen keus. Met Dani zongen wij samen “I’m so excited” van the Pointer Sisters. Na anderhalf uur zingen (luidruchtig schreeuwen) vonden we het wel genoeg en hielden we het voor gezien.
Zondag zouden we opgehaald worden door een grote bus, bij het Tokio Dome Hotel, om ons naar Tsukuba te brengen. Maar ik moest eerst nog een dokter of een apotheek zoeken. Ik werd namelijk wakker en om mijn pols, handen, nek en in mijn gezicht had ik opeens allemaal rode blaasjes die erg jeukten. Samen met Benito en Ronald gingen we op zoek naar medisch advies, we eindigden bij een drogisterij waar ik een zalfje kreeg wat waarschijnlijk tegen eczeem was. De plekjes werden we rustiger maar ging niet weg, het werden er zelfs meer. Maar goed het was tijd om met uitslag en Tokio te verlaten en te vertrekken naar Tsukuba!! Eindelijk iets minder drukte om je heen en wat meer cultuur snuiven.
Het was ongeveer twee uur rijden naar Tsukuba, toen we aankwamen was het al donker dus veel konden we nog niets zien van ons nieuwe verblijfplaats. Het was een soort dormitorium. Veel kamers met veel bedden. Eerst natuurlijk schoenen uit bij de ingang, maar dit keer lagen er ook slippers die je aan kon doen. Allemaal één maat, heel apart! Wat een verschil was het met het sakura hotel. Toen Dani en ik de deur naar ons kamer openden konden we gewoon rondjes draaien, dansen, salto’s maken. We hadden zelfs keus uit 8 bedden (4 stapelbedden). Wat een ruimte?! De heren sliepen allemaal op één kamer, dat is ook gezellig (zou je denken, maar dat ging niet altijd even goed). Het was ontzettend koud in het gebouw, gelukkig konden we het in ons kamertje lekker warm maken (soms wel 30 graden). Verder hadden we badkamers met douche en bad. Daar hebben we ook vaak gebruik van gemaakt. Het hoogte punt van een warme plek was de wc, die had namelijk een verwarmde wc-bril. Heel apart, maar ook typisch Japans (erg modern).
We hadden ook een soort zitgedeelte met harde banken (was daar ook altijd koud), daar hielden we onze meetingen en ontbeten we altijd gezamenlijk. Ronald ging iedere ochtend vers brood, vruchtensap en yoghurtjes halen, in de tijd dat wij trainden. Iedere dag hadden we een ander programma, de japanners zetten ons wel aan het werk.
Dag 1 kon ik niet mee doen want zoals ik hiervoor al vertelde had ik een jeukende uitslag gekregen rond mijn pols, handen, nek en in m’n gezicht. Ik besloot samen met Benito en Ronald om een arts of ziekenhuis te gaan zoeken. Zo gezegd zo gedaan, gingen Ronald en ik op pad terwijl de anderen gingen hardlopen. We spraken al gauw een jongeman die ons vriendelijk de weg naar the University Hospital verwees. Hij zei dat het ongeveer 1 km lopen was. Vol goede moed gingen we op pad, maar de universiteit bleek zo groot te zijn dat het wel 3 km was voordat we bij het ziekenhuis aankwamen. Eenmaal aangekomen was het een raadsel waar we ons moesten aanmelden. Ronald waande zijn weg op z’n beste Japans naar de juiste balie. We melden mij aan, kregen na veel over en weer gebrekkig Engels gebrabbel een ponspas. En werd ik doorverwezen naar de afdeling dermatologie. Na een tijdje te hebben gewacht in een benauwde maar uiterst schone wachtkamer, hoorde ik opeens mijn naam met erachter aan iets in het Japans. Ik wist dat ik ergens moest wezen, maar waar? Een zuster was zo vriendelijk om ons in de juiste richting te helpen. Een kamertje met een gordijn als deur, waarachter 2 vriendelijke doktoren al op mij zaten te wachten. Na een grondige inspectie legden ze in het Engels uit wat mij mankeerde. Ik had een allergische reactie, die bestreden kon worden met pilletjes en een zalf. De doktoren schreven trouwens beter Engels dan dat ze het spraken. Zo, dat was een opluchting. Ik keek ook een stuk vrolijker, merkte Ronald op. Nu restte ons alleen nog de terugreis van 3 km. Ik heb mijn duurlooptraining ook gehad voor die dag.
’S Avonds was de rest van de groep gaan trainen in de dojo, maar we besloten dat het voor mijn huid beter was om één dagje rust te houden. Frustrerend kan ik je wel zeggen, ik ben hier om te trainen. Dus ging ik maar bij de training kijken. Wat me opviel was dat het ontzettend koud was in de zaal, de randori’s 8 minuten duurden en er weinig dames waren (5 maar liefst). Dit was niet echt wat ik in gedachte had zo een universiteit. Ik had meer gedacht dat het zou lijken op die ene waar we vrijdag heen waren geweest. Maar hier waren de dames ook bikkel hard, en judooden ze op de Europese manier (veel power).
De week in Tsukuba kroop voorbij. De dagen waren lang en we trainden veel. De japanners verzonnen wel weer iets om ons bezig te houden. Zo werd er soms een ne-waza training ingepland om 7 uur ’s ochtends, of een gezamenlijke hardlooptraining. Het viel me op dat de japanners tijdens het hardlopen alleen maar sprinten. Wij fanatieke Nederlanders begonnen meteen maximaal en dachten wat zijn die jappen langzaam! Kwamen we erachter dat het maar op 80% moest, tegen de tijd dat we 100% moesten waren we al uitgeput. Ja dat is het nadeel als je geen Japans verstaat. De judozaal lag op 5 minuten loopafstand van onze slaapzaal. Je kan Tsukuba University vergelijken met Papendal, alleen dan 3 keer zo groot. Een grote campus met alle faciliteiten om bijna iedere sport te beoefenen. Daarnaast kan je er ook heel veel leren, het is een University dus er zijn ook studies aanwezig.
Tussen de trainingen door bezochten we vaak een kleine supermarkt om de hoek, voor de dagelijkse behoefte aan eten. Deze week zijn we doorgekomen met de serie 24, Jack Bauer onze held. Want doordat we zagen dat iemand in 24 uur wel 3 keer ontvoerd kan worden, dachten we bij onszelf “Wij hebben het zó slecht nog niet, het kan erger”! En gingen we er na iedere aflevering weer vol met goede moed tegen aan. Bedankt Jack!
We maakten ook techniektrainingen. Dan gingen we een uur eerder naar de zaal en namen specifieke technieken door (ieder voor zich). Daarna konden we de technieken uitproberen tijdens de randori training met de japanners. Ik vond het fijn, het was niet domweg knokken tegen elkaar maar doelbewust te werk gaan. Ik heb hier veel door geleerd en ben van plan om het voort te zetten hier in Nederland.
Omdat de dames en heren samen trainden konden we nu ook gezamenlijk avondeten. We zijn bij een Indisch restaurant geweest, kip afhaal tent (heel veel kip), maar één van de laatste avonden hebben we een hele goede tent ontdenkt (naja Ronald en Benito). Heel lekker eten voor een goede prijs, en je drinken kon je gratis opnieuw vullen! Het leek net of we in Amerika waren, helemaal niet op wat ik had verwacht.
Na de laatste training op vrijdagavond zag je dat de groep er klaar mee was, iedereen was muisstil en vermoeid. Er werd weinig gesproken, tot op het moment dat Benito en Ronald officieel bekend maakte dat we klaar waren. Toen zag je een hele verandering, sommigen werden vrolijker en luidruchtiger. Judopakken werden ingepakt voor vertrek!!
We hadden nog anderhalve dag om een beetje rond te kijken in Tsukuba voordat we naar huis gingen. We kwamen erachter dat we ook fietsen konden lenen. Die lagen namelijk onder in een fietsenstalling, sommigen hadden geen slot anderen hadden een slot maar daarvan was de code in de fiets gegraveerd. Heel handig, blijkbaar komt diefstal niet voor in Japan. Ze laten zelfs hun bagage in hun fiets achter als ze een winkel in gaan. Heel apart. Dus pakten Dani en ik twee fietsen en fietsten erop los. Alsmaar rechtdoor dan kunnen we ook niet verdwalen. We kwamen een Donutshop tegen en een heel leuke winkel. Wat voornamelijk zo leuk was aan deze winkel, was dat alles 150 yen koste, dat is ongeveer 1 euro. Daar hebben Dani en ik ons ogen uitgekeken en natuurlijk ook veel geshopt. Hele leuke Hello Kitty spulletjes.
Op zaterdagavond werden we uitgenodigd door de judoclub Tsukuba om naar hun afsluitingsfeest te komen. We zagen er allemaal een beetje tegen op omdat we er klaar mee waren, we wilden gewoon al naar huis. We zijn er toch heen gegaan, toen we er aankwamen wisten we niet wat we zagen. Iedereen, alle judoka’s waren in pak. Heel netjes gekleed. Gelukkig hadden wij ook onze netste spijkerbroek en shirtje aan. Maar onze dikke jassen bleven ook aan want het was stervenskoud in de universiteit kantine.
Er werden toespraken gehouden door o.a. Akimoto (topjudoka -66 JPN) en trainers. Daar verstonden we natuurlijk niets van maar luisterden wel met veel respect en bewondering.
Er werd daarna natuurlijk geproost, sake vloeide in overvloed bij de Japanners. De helft was binnen de kortste keren dronken, japanners kunnen niet zo goed tegen drank. Maar daarna kwam het hoogtepunt, bingo!!! Waarom was dit nou zo belangrijk, nou één van de prijzen was een lange, dikke, officiële Japanse, Mizuno jas. Die wou ik al de hele week hebben! Mijn nummer was 74, met Benito hadden we afgesproken dat hij bij de dame zou staan die de nummers op noemde en ik zou alvast bij de jas in de buurt gaan staan. Na een tijdje hadden ze mijn nummer nog niet genoemd, maar op het moment dat ik het op wou geven schreeuwde Benito “Rennen Kit, nummer 74”!!! Ik heb nog nooit zo hard gesprint (wist niet eens dat ik het in me had). Ik dook op de jas en zei deze is van mij! Benito kwam erbij en we stonden als twee gekken te springen van blijdschap. De jas was helemaal rood, helemaal te gek, maar wel een beetje groot: maat L (thuis in Nederland heb ik de jas op maat laten maken). Zo dat was me een feestje zeg, om 10 was het afgelopen.
Terug bij onze slaapzaal had de hele groep nog honger. Buiten regende het maar iedereen pakte een fiets en we fietsten met z’n allen naar een nieuwe eettent. Waar ze mega hamburgers maakten, die hamburgers waren zó mega dat de helft van de jongen ‘em niet helemaal op kon eten. Met volle buikjes reden we terug en iedereen maakte zich klaar voor het vertrek van de volgende dag.
Tassen 2 keer zo vol als op de heenweg, alles ingepakt, kamers netjes in originele staat achtergelaten, namen we afscheid van Tsukuba. Met de gedachte dat dit de laatste keer is dat we hier zijn geweest. De bus stond al op ons te wachten om ons naar Narita Airport te brengen. We waren ruim op tijd op het vliegveld, mede doordat onze vlucht ook nog een half uur vertraging had. Bij het inchecken zagen we een bordje staan met max. 26 kg. Ojee, als dat maar goed komt. Gelukkig was de man die onze bagage incheckte heel vriendelijk en stond alle tot 32 kg toe! Jelle moest zijn bagage verdelen over andere tassen maar uiteindelijk werd al onze bagage ingecheckt. Van het laatste moment om te shoppen en iets mee te nemen uit Japan voor het thuisfront hebben we ook gebruik van gemaakt.
We zaten toch op tijd in het vliegtuig en begonnen aan de 11 uur durende reis terug. Mijn reis begon al slecht want mijn beeldscherm waarop ik de 5 films zou kijken, waarmee ik de reis gemakkelijk zou doorkomen, deed het niet!!! Dani kwam me gezelschap houden en toen bleek dat haar schermpje het ook niet deed. De stewardessen zouden er wat aan gaan doen. Maar na anderhalf uur zonder film te hebben gezeten waren we het zat. De steward van businessclass kwam ons vriendelijk verzoeken om mee te gaan naar de eerste klas afdeling. Wat een geluk bij een ongeluk. Het zat een stuk relaxer, je kon heerlijk lang uit gaan liggen en genieten van de film.
We kwamen aan in Londen waar we dachten dat we wegens onze vertraging net aan onze aansluiting hadden gehaald. Achteraf bleek dat we vanuit London ook vertraging hadden vanwege slechte weersomstandigheden. Het duurde nog ruim een uur voordat onze vliegtuig groen licht voor vertrek kreeg. Dus dachten we dat onze bagage ook ruim de tijd had om overgeladen te worden. Maar aangekomen in Nederland bleek niets minder waar te zijn. Na een slopende 15 uur onderweg te zijn geweest, met vertraging, bleek bij aankomst dat onze bagage het niet had gered en de volgende dag zou aankomen. Voor mij was dit helemaal erg omdat ik meteen door zou reizen naar Hongarije (met de auto).
Het weerzien met familie en vrienden was heel fijn. Wat kan twee weken een eeuwigheid duren. Ik nam snel afscheid van de groep en sprintte zeer verdrietig naar huis. Omdat mijn bagage niet was aangekomen met kerstkado’s en al. Gelukkig had ik niet al mijn kleren meegenomen naar Japan en dus kon ik ook nog wat inpakken voor Hongarije.
Het was 23 december 22.30uur toen we aankwamen in Nederland. Om 01.30 uur zat ik alweer samen met mijn moeder in de auto onderweg naar Hongarije. Met het doel om daar op tijd aan te komen om kerstavond te kunnen vieren met Miki en zijn familie.
Miki zelf wist hier niets vanaf, wel dat ik zou komen maar niet dat ik er op kerstavond al zou zijn. Ik had doorgebeld dat de vlucht uit Japan vertraging had. Dus kun je wel bedenken dat toen we er op 24 december om 18.00 uur voor de deur stonden het een grote verrassing was voor Miki. Hij was er heel blij mee, gelukkig maar!
Ik heb kerst en oud & nieuw met Miki gevierd. Tussen de twee feestdagen heb ik niet getraind omdat ik even rust wou nemen na Japan. Maar in het nieuwe jaar begon het alweer te jeuken en kon ik het niet weerstaan om een judopak aan te trekken en er weer vol tegen te gaan.
Ik ben het nieuwe jaar begonnen volgens een Japanse traditie, waar Miki in 1999 ook mee is begonnen. We rennen van het oude jaar naar het nieuwe jaar en zo begin je het nieuwe jaar sportief en goed. Het gaat als volgt: je vertrekt 10 minuten voor 24.00 uur en rent een bepaald parcours (is geheel aan jezelf). Wij kozen ervoor om naar Miki’s huis te rennen die hij heeft gebouwd en al bijna af is (ongeveer 15 minuten). Zo kom je 5 minuten na 24.00 uur, dus 00.05 van het nieuwe jaar weer thuis. En ben je van het oude naar het nieuwe jaar gerend. Ik vind het een hele toepasselijke traditie en doe het nu ook al 3 jaar. Gezellig met Miki en een paar van z’n broers.
Er lag ook sneeuw en meren waren bevroren. Ik had m’n schaatsen bij me en dus hebben Miki en ik zijn broertjes nog ingemaakt met IJshockey.
Op 5 januari nam ik afscheid van Miki en keerde ik samen met mijn moeder weer huiswaarts. We waren gelukkige op tijd vertrokken want het weer werd nog kouder en slechter in Hongarije na ons vertrek. Na een maand niet thuis te zijn geweest was ik blij om mijn hondje (Pufi), m’n broer, zus en vader weer te zien!
De reis naar Japan was een hele ervaring, ik heb daar ook een grote ontwikkeling door gemaakt die hopelijk het komende jaar zijn vruchten zal afwerpen. Het was een mooie afsluiting van een succesvol en mooi jaar!
Goodbye 2007, Welcome 2008
“Akemashite Omedetou Gozaimasu”
(Gelukkig Nieuwjaar)